Contact

Tongelresestraat 209
5613 DG Eindhoven
040 – 2460024

 24 u./dag altijd een deskundige beschikbaar

header

Wanneer er een verstopping is van de traanwegen, lopen de tranen over de wangen. Soms gebeurt dit alleen buiten in de wind. Dit zijn reflextranen en is normaal. Ook kan het leiden tot ontsteking en een plakkend oog, omdat de traanzak is afgesloten en viezigheid niet kan worden afgevoerd.

De traanwegen
In de binnenste ooghoek aan de neuskant bevindt zich in het boven- en onderooglid een buisje. Het begin van dit buisje wordt het ‘traanpuntje’ genoemd. De beide traanbuisjes komen samen in de traanzak. Vanuit de traanzak loopt er een kanaal door de neuswand naar de neusholte. Al deze verbindingen zijn erg klein en nauw, waardoor ze gemakkelijk verstopt kunnen raken.

Onderzoek
De oogarts onderzoekt eerst wat bij u de oorzaak is van overmatig tranen. Dit kan het gevolg zijn van een verhoogde aanmaak van tranen of, van gestoorde afvoer van het traanvocht. In het laatste geval is het belangrijk vast te stellen waar de verstopping zit. Dit kan gebeuren door de traanbuis te spoelen en te sonderen, waarbij een verstopping ongedaan kan worden gemaakt. In sommige gevallen wordt de KNO-arts gevraagd om te kijken of er geen veranderingen in de neus zijn die de verstopping verklaren. In sommige gevallen kan een chirurgische benadering noodzakelijk zijn.

Meer informatie over glaucoom

Oogdruk

De bolvorm van het oog wordt mede in stand gehouden doordat binnen in het oog vocht wordt geproduceerd, dat kamerwater wordt genoemd. Dit oogvocht heeft niets te maken met het uitwendige traanvocht. De hoogte van de oogdruk is afhankelijk van het evenwicht tussen aanmaak en afvoer van het kamerwater. Te hoge oogdruk kan ontstaan wanneer de afvoer van kamerwater wordt belemmerd.

Oorzaak

Het mechanisme dat bij glaucoom leidt tot de aantasting van de oogzenuw, is nog steeds niet tot in alle details bekend. Wel zijn er veel factoren bekend die de kans op optreden van glaucoom aanzienlijk verhogen (risicofactoren):

Verhoogde oogdruk: dit is veruit de belangrijkste risicofactor. Een statistisch normale oogdruk ligt tussen de 11 en 21 mmHg. Hoe hoger de oogdruk, hoe groter de kans op glaucoom. Echter, het grootste deel van de mensen met een oogdruk boven de 21 mmHg zal geen glaucoom krijgen.

  • Glaucoom in de familie: als glaucoom voorkomt bij iemands naaste (1e en 2e graads-) familieleden, is de kans op glaucoom bijna 10 maal hoger dan voor iemand zonder glaucoom in de familie.
  • Hoge leeftijd: op hoge leeftijd komt glaucoom veel vaker voor (4% van de mensen ouder dan 80 jaar heeft glaucoom).
  • Sterke bij- of verziendheid.
  • Negroïde mensen hebben vaker glaucoom.
  • Afwijkingen van de bloedvaten bij of in het oog.

Soorten glaucoom

Glaucoom komt veel voor; 1.5% van de Nederlanders ouder dan 40 jaar heeft glaucoom. Glaucoom wordt ingedeeld in primair en secundair glaucoom. Primair glaucoom wil zeggen dat het glaucoom een op zichzelf staande ziekte is. Secundair glaucoom ontstaat als verschijnsel bij een andere (oog) ziekte of ten gevolge van het gebruik van bepaalde medicijnen of oogdruppels. Het primair glaucoom wordt weer onderverdeeld in open kamerhoekglaucoom, afgesloten kamerhoek glaucoom en congenitaal (aangeboren) glaucoom. Van de primaire glaucomen komt het open kamerhoek glaucoom het meeste voor. We kennen hierbij het hoge druk glaucoom en het normale druk glaucoom.

Bij het hoge druk glaucoom raakt het afvoersysteem van het oog verstopt. Hierdoor stijgt de oogdruk en raakt uiteindelijk de oogzenuw beschadigd waardoor gezichtsvelddefecten optreden. Bij het normale druk glaucoom spelen andere risico factoren, zoals de doorbloeding van de vaten, waarschijnlijk een grotere rol dan de oogdruk, die niet verhoogd is. Ook deze vorm leidt tot beschadiging van de oogzenuw en gezichtsveldverlies. Bij afgesloten kamerhoek glaucoom is de bouw van het oog zodanig dat door de iris (het regenboogvlies) het afvoersysteem van het oog geblokkeerd kan worden, waardoor het oogvocht niet weg kan en de oogdruk stijgt. Deze vorm van glaucoom kan acuut of chronisch zijn. De acute vorm gaat meestal gepaard met wazig zien, een rood oog, hoofdpijn, misselijkheid en braken. Deze symptomen worden veroorzaakt doordat de oogdruk zeer hoog is en een snelle behandeling is vereist om schade aan de oogzenuw te voorkomen. De chronische vorm komt meer voor en is in een vroeg stadium goed te behandelen. Mensen die verziend zijn, met een sterke plus bril, hebben een grotere kans op deze vorm van glaucoom.

Onderzoek naar glaucoom

Het zou ideaal zijn als iedereen ouder dan 40 jaar op glaucoom zou kunnen worden gescreend. Als bij het onderzoek echter alleen de oogdruk wordt gemeten, worden lang niet alle glaucoompatiënten ontdekt. Zoals uit de lijst van risicofactoren al blijkt, spelen er bij glaucoom veel meer factoren dan de oogdruk alleen. Daarom moet er naast het meten van de oogdruk ook naar de oogzenuw gekeken worden en zo nodig een gezichtsveldonderzoek worden verricht. Oogziekenhuis Eindhoven beschikt daarnaast over nog meer geavanceerde meetapparatuur, zoals de Optical Coherance Tomograaf. Dit instrument scant in enkele seconden de oogzenuw en geeft uitsluitsel over het al dan niet aanwezig zijn van 'glaucomateuze' schade aan de oogzenuw. Als er na dit onderzoek een verdenking is op glaucoom, bepaalt onze oogarts samen met de patiënt of en hoe deze behandeld wordt. Een glaucoompatiënt dient levenslang gecontroleerd te worden.

De behandeling van glaucoom

Op dit moment is de enige bewezen therapie voor glaucoom het verlagen van de oogdruk. Indien de oogdruk voldoende verlaagd wordt, kan een verdere toename van gezichtsveld- defecten meestal worden voorkómen. Echter reeds aanwezige gezichtsvelddefecten kan men niet meer ongedaan maken. Daarom is het belangrijk dat glaucoom in een zo vroeg mogelijk stadium wordt ontdekt. Toch worden niet alle mensen met een verhoogde oogdruk behandeld. Er zijn namelijk mensen met een (matig) verhoogde oogdruk die hierdoor geen schade aan de oogzenuw oplopen. Deze mensen hebben geen glaucoom maar oculaire hypertensie. Een behandeling is dan overbodig, een goede controle is echter wel geboden. Afhankelijk van de aanwezigheid van andere risicofactoren voor glaucoom, zal de oogarts met u bespreken hoe vaak controle van de oogdruk nodig is. Aan de andere kant zijn er ook mensen met een normale oogdruk (< 22 mmHg) die wèl schade aan de oogzenuw hebben. Deze mensen hebben dus glaucoom en dienen behandeld te worden (normale druk glaucoom). Als men gaat behandelen wordt meestal eerst gekozen voor behandeling met oogdruppels. Er zijn veel verschillende soorten oogdrukverlagende oogdruppels. De oogarts zal de soort oogdruppels zo kiezen dat een maximaal oogdrukverlagend effect wordt gekoppeld aan minimale bijwerkingen. Het is belangrijk dat de patiënt van het oogdruppelen ( één of meerdere malen per dag) een vaste gewoonte maakt zodat geen druppels worden vergeten. De techniek van het oogdruppelen kan in het begin problemen geven. De patiënt moet net zolang doordruppelen totdat hij een druppel het oog in voelt gaan. Blijft het oogdruppelen moeilijk dan kan de patiënt hiervoor eventueel een hulpmiddel gebruiken, wat te verkrijgen is bij de apotheek. Indien oogdruppels niet voldoende oogdrukverlaging bewerkstelligen, kan in sommige patiënten een laserbehandeling (lasertrabeculoplastiek) uitgevoerd worden. Hierbij wordt het afvoersysteem van het oogvocht met behulp van laserlicht wijder gemaakt. Tenslotte kan ook een oogdrukverlagende operatie verricht worden. Men spreekt dan van een filtrerende operatie of trabeculectomie. Bij deze operatie wordt een gaatje in de wand van het oog gemaakt. Het inwendige oogvocht heeft daarna een extra afvoermogelijkheid gekregen. Wanneer tenslotte oogdruppels, tabletten, eventueel een laserbehandeling en een trabeculectomie er onvoldoende in slagen om de oogdruk zodanig te verlagen dat de gezichtsvelddefecten stabiel blijven, kan ook nog gekozen worden voor een glaucoomimplant. Hierbij wordt eveneens operatief een extra afvoermogelijkheid gemaakt, waarbij tevens in enige mate de grootte van de afvoer tevoren kan worden bepaald.

Keratoconus

Keratoconus is een aandoening van het hoornvlies (de buitenste transparante laag van het oog), waarbij het hoornvlies langzaam dunner wordt en in plaats van een ronde vorm, een kegelvorm krijgt.

Keratoconus komt in Nederland bij ongeveer 1 op de 2000 mensen voor, meestal aan beide ogen, en ontwikkelt zich over het algemeen in de tienerjaren of puberteit. Door de veranderde (abnormale) vorm van het hoornvlies is het zicht niet goed te corrigeren met een bril. Contactlenzen compenseren deze veranderde vorm van het hoornvlies en corrigeren optisch beter, waardoor de gezichtsscherpte verbetert.

Het is belangrijk om keratoconus in een vroeg stadium op te sporen. Dit kan d.m.v. corneatopografie worden onderzocht. Het oppervlak van het hoornvlies wordt dan in kaart gebracht.  De progressie van keratoconus kan worden afgeremd door het dragen van harde contactlenzen. Ook kan crosslinking van de cornea de progressie van keratoconus stabiliseren.

Behandeling van keratoconus

In eerste instantie kan bij gevorderde keratoconus het aanpassen van medische contactlenzen een uitkomst zijn. Deze speciale lenzen worden op maat vervaardigd voor een optimale correctie van de gezichtsscherpte.

Daarnaast zijn er chirurgische opties, zoals zgn. ringsegmenten die in het hoornvlies geplaatst worden om het centrum van het hoornvlies af te platten, of (uiteindelijk) een hoornvliestransplantatie.

Maculadegeneratie is een verzamelnaam voor vele aandoeningen. Het is dan ook niet vreemd dat maculadegeneratie zich niet bij iedereen op dezelfde manier uit. Sommige mensen zien een wazige of donkere vlek, die overal zit waar je naar kijkt. Bij anderen openbaart maculadegeneratie zich door vervormingen van het beeld. Ook het verloop van maculadegeneratie kan verschillend zijn. In de meeste gevallen (de droge vorm) verloopt het proces langzaam.

Dat maakt het voor veel mensen moeilijk aan te geven wanneer het slechter zien is begonnen. In andere gevallen (de natte vorm) kan het proces zeer snel gaan. Je ziet dan van de ene op de andere dag vervormingen in het beeld, waarna de gezichtsscherpte sterk afneemt. De diverse vormen van maculadegeneratie hebben allemaal één ding gemeen. Door uitval van de lichtgevoelige cellen in de macula (gele vlek) is de gezichtsscherpte sterk gedaald.

In veruit de meeste gevallen is er medisch weinig tot niets te doen aan het degeneratieproces. Een geruststelling is dat het zelden tot volledige blindheid leidt. Voor degene met maculadegeneratie en zijn/haar omgeving is het daarom belangrijk te leren omgaan met de beperking van het gezichtsvermogen.

Is er iets aan Maculadegeneratie te doen?

Een eventuele behandeling hangt sterk af van het type maculadegeneratie. De laatste jaren zijn er mogelijkheden bijgekomen om bepaalde vormen van maculadegeneratie te behandelen. Voor de meeste van deze moderne behandeltechnieken geldt dat ze ontwikkeld zijn voor natte maculadegeneratie en dat ze vooral de gevolgen van de ziekte bestrijden, maar niet de oorzaak van maculadegeneratie wegnemen. Schade die eenmaal aan het netvlies is ontstaan door natte of andere vormen van maculadegeneratie kan nog niet worden hersteld.

Voor droge maculadegeneratie kunnen bepaalde voedingssupplementen worden gebruikt. Studies hebben aangetoond dat voedingssupplementen de progressie van droge maculadegeneratie kunnen vertragen. De oogarts kan u hier nader over informeren.

Hieronder volgt een korte beschrijving van behandeling met vaatgroeiremmers bij natte maculdegeneratie zoals die in onze kliniek wordt toegepast.

Behandeling met zgn.vaatgroeiremmers

In vroege stadia van natte maculadegeneratie kan het ziekteproces met behulp van zogenaamde vaatgroeiremmers, die in het oog worden gespoten, tot stilstand worden gebracht. Sinds 2007 wordt natte leeftijdsgebonden maculadegeneratie in de meeste gevallen behandeld met een nieuwe klasse medicijnen, de vaatgroeiremmer: Bevacizumab (Avastin). Dit medicijn remt de vaatgroeifactor VEGF, een stof die de vaten onder het netvlies laat groeien en deze veroorzaken de lekkage van vocht en bloed. De behandeling met vaatgroeiremmers, door middel van injecties in het oog die regelmatig moeten worden toegediend, is belastend, maar voorkomt bij de meeste mensen met natte leeftijdsgebonden maculadegeneratie wel een verdere achteruitgang, terwijl ongeveer een derde van de behandelde patiënten zelfs beter gaat zien.

De beschikbaarheid van vaatgroeiremmers betekent een enorme verbetering in het vooruitzicht voor patiënten met natte leeftijdsgebonden maculadegeneratie. Mensen die pas in een laat stadium bij de oogarts komen, kunnen echter toch nog slechtziend worden door de aandoening. Vroege opsporing is dus erg belangrijk.

Als u meent in aanmerking te komen voor de behandeling van maculadegeneratie is het verstandig via uw huisarts zo spoedig mogelijk een afspraak te maken in onze kliniek. Zo bent u verzekerd van een goed advies en (eventuele) behandeling op korte termijn.


Hulpmiddelen

Maculadegeneratie-patienten hebben vaak niet voldoende aan een bril om bijvoorbeeld te kunnen lezen. Tegenwoordig is een scala van loupe- en vergrotingssystemen (b.v. t.v.-monitor loupe) beschikbaar. uw oogarts kan u verwijzen naar een lowvision adviseur om het geschikte hulpmiddel voor u te zoeken.